AFTER MY “STROKE”

Na een beroerte

Informatie voor patiënten en naastenInhoudsopgave
Wat vindt u in deze informatiemap? 5
DEEL1 – Informatie over een beroerte/CVA 6
˜ Wat is een beroerte/CVA? 6
˜ Wat zijn de mogelijke gevolgen? 6
¨ Algemene gevolgen 7
¨ Verlammingsverschijnselen 7
¨ Spraakstoornissen en slikstoornissen 8
¨ Tast- en gevoelsstoornissen 8
¨ Verminderd gezichtsvermogen 9
¨ Incontinentie en obstipatie 9
¨ Pijn in schouder 10
¨ Verwaarlozing (neglect) 10
¨ Vermoeidheid 11
¨ Vertraagd reactievermogen 11
¨ Concentratiestoornis 11
¨ Gebrek aan initiatief en interesse 11
¨ Veranderde gemoedsgesteldheid 12
¨ Wisselende prestaties 12
¨ Epileptische aanvallen 12
˜ Specifieke gevolgen van een beroerte in de
rechter hersenhelft 13
¨ Geen aandacht voor linkerkant 14
¨ Gebrekkige ruimtelijke oriëntatie 14
¨ Gebrek besef van tijd(sduur) 14
¨ Gebrek aan inzicht 14
¨ Vlakke emoties 14
¨ Impulsief en chaotisch gedrag 15
¨ Verminderd gevoel voor sociale situaties 15
¨ Geen opzettelijk veranderd gedrag 15˜ Specifieke gevolgen van een beroerte in de
linker hersenhelft 15
¨ Taal en communicatie 16
¨ Afasie 16
¨ Problemen met herkenne 18
¨ Problemen met volgorde van handelen 18
¨ Verwarren van links en rechts 19
¨ Rekenproblemen 19
¨ Langzaam, onzeker gedrag 19
¨ Denkvermogen niet beschadigd 19
¨ Ten slotte 20
DEEL 2 – Tips en adviezen voor naasten 21
˜ Algemene adviezen 21
˜ Bezoek 21
˜ Communciatie met de patiënt 22
˜ De partner/verzorger 22
˜ Verwerking 22
˜ Ervaringen van anderen 23
DEEL 3 – Meer informatie 24
˜ Voorlichtingsbrochures 24

Wat vindt u in deze informatie

U, of uw naaste, heeft een hersenbloeding of herseninfarct gehad. We noemen dit een beroerte/CVA (Cerebro Vasculair(Accident). Letterlijk vertaald betekent dit een ongeluk in de bloedvaten van de hersenen. Een beroerte/CVA is vaak een heel ingrijpende gebeurtenis.
Daarom willen wij u en uw familie zo goed mogelijk informeren. U hebt waarschijnlijk allerlei vragen, twijfels en zorgen.Uiteraard kunt u hiervoor terecht bij uw arts of zorg verlener . Om u zo goed en duidelijk mogelijk te informeren over een beroerte/CVA, is deze informatiemap opgesteld.In dezebrochure spreken we de patiënt rechtstreeks aan. Het kan zijn dat het voor de patiënt niet mogelijk is de brochure zelf
te lezen. Naasten kunnen dan helpen om de informatie over te brengen. Deel 1 gaat over wat een beroerte/CVA isDeel 2 bestaat uit tips voor familie en directe naasten.
Deel 3 vindt u een lijst met folders van diverse instantiesDEEL 1 – INFORMATIE OVER EEN BEROERTE/CVA Wat is een beroerte/CVA?CVA, oftewel een beroerte, is de afkorting van Cerebro Vasculair Accident. Daarmee wordt een ongeluk (accident) in
de bloedvaten (vasculair) van de hersenen (cerebro) bedoeld. Bij een beroerte/CVA krijgen de hersenen opeens te weinig of geen zuurstof.Er zijn twee vormen:1. Een herseninfarct. Meestal gaat het bij een beroerte/CVA om een herseninfarct; dit is bij 80% van de patiënten het geval.Dat houdt in dat er een bloedvat wordt afgesloten door
een bloedstolsel. Ook kan het zijn dat een hersenbloedvaatje is dichtgeslibd, bijvoorbeeld door slagaderverkalking.De hersenen krijgen daardoor te weinig zuurstof.2. Een hersenbloeding Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat in de hersenenof knapt open. Daardoor hoopt zich bloed op in de herseenen worden hersencellen beschadigd. Een hersenbloeding komt veel minder vaak voor dan een herseninfarct (bij ongeveer 20% van de patiënten).

 

Wat zijn mogelijke gevolgen?

De hersenen regelen de activiteit van ons zenuwstelsel en daardoor de activiteit van ons hele lichaam. Elke beweging

die we maken (motoriek), wordt in gang gezet en bestuurd vanuit de hersenen. Informatie die door onze zintuigen
wordt opgenomen, wordt door onze hersenen verwerkt, gerangschikt en vastgelegd in het geheugen. Ook denken is een activiteit van de hersenen. De hersenen regelen taal,rekenen, lezen en schrijven, en zijn bepalend voor onze persoonlijkheid, emoties en gedrag.Binnen de hersenen zijn gebieden (centra) te onderscheidendie de functies van het menselijk lichaam regelen. Door eenberoerte kan een aantal functies uitvallen. De mate van uitval is afhankelijk van de plaats en de omvang van hetbeschadigde gebied in de hersenen. Vaak zijn de gevolgen groot voor het functioneren van de patiënt. Sommige functiestoornissen zijn duidelijk zichtbaar vooranderen. Wanneer iemand halfzijdig verlamd is en/of moeilijkloopt, kunnen we dat zien. Andere stoornissen echter zijn minder opvallend. Wanneer een patiënt egocentrisch gedrag vertoont of tast-en gevoelsstoornissen heeft is dat voor andere mensen veel moeilijker te ‘zien’. De invloed van een beroerte op het gedrag van de patiënt kan aanzienlijk zijn. Vaak vallen depsychische gevolgen in het begin niet zo op. Pas na verloop van tijd treden deze veranderingen op de voorgrond.De aard en de ernst van de gedragsveranderingen kunnen sterk uiteen lopen. Moeite met het verwerken van de beroerte kan ook een depressieve stemming, opstandig gedrag of concentratieverlies tot gevolg hebben. Maar in veel gevallen is de hersenbeschadiging de directe oorzaak van deze veranderingen.

Algemene gevolgen

Verlammingsverschijnselen (verstoorde motoriek)
De halfzijdige verlamming (hemiplegie) is het meest bekende
en meest zichtbare gevolg van een beroerte. Als een beroerte
zich voordoet in de linker hersenhelft zal verlamming optreden
in de rechter lichaamshelft. Een beroerte in de rechter hersenhelft daarentegen heeft verlamming in de linker lichaamshelft tot gevolg. Meestal zijn zowel de arm als het been
verlamd. Bij het merendeel van de CVA-patiënten is herstel in
het been groter dan in de arm. De meeste patiënten kunnen
uiteindelijk weer lopen; eventueel met behulp van een spalk
en/of een wandelstok.De mate van herstel is doorgaans het grootst in de eerste drie
maanden na de beroerte. Na zes maanden is het spontane
herstel bij vrijwel alle CVA-patiënten voltooid maar daarna
zijn er nog wel verbeteringen mogelijk door aanpassingen
aan de veranderde situatie. In de eerste dagen of weken zijn
de spieren aan de verlamde kant meestal slap; geleidelijk
komt er een verhoogde spanning (spasticiteit) in de spieren.
Dit kan gunstig zijn omdat er dan meer steunfunctie is bij het
lopen.
Spraakstoornissen (dysartrie) en slikstoornissen
Bij een dysartrie werken de spieren die nodig zijn voor de
ademhaling, de stem, de uitspraak en het eten en drinken
onvoldoende. Mensen met een dysartrie zijn moeilijk te
verstaan. Dit kan komen door een onduidelijke spraak, een
te zachte en/of hese stem, eentonig of nasaal (door de neus)
spreken. Vaak is er sprake van een verlamming aan één kant
van het gezicht (facialisparese) waardoor ook kauwen en
slikken moeilijker gaat. Hierdoor kan speekselverlies optreden
en geeft het eten en drinken problemen.
Vooral in de eerste dagen na het cva kan de patiënt moeilijkheden hebben met slikken. Sondevoeding of aangepaste
voeding kan tijdelijk nodig zijn. De patiënt kan namelijk
longontsteking krijgen, doordat er voedsel in het verkeerde
keelgat komt. In verreweg de meeste gevallen verdwijnen
deze stoornissen spontaan. Als de slikstoornissen in ernstige
mate voortduren, kan een sonde of aangepast dieet nodig
blijven.

Tast- en gevoelsstoornissen

Bij een aantal CVA-patiënten is de tast- en gevoelszin in
bepaalde lichaamsdelen verstoord. Deze stoornis doet zich
vrijwel altijd voor in de verlamde lichaamshelft en kan
verschillende vormen aannemen. Het kan zijn dat de patiënt
in die ledematen minder gevoel heeft voor pijn, warmte en
koude. Daardoor zal het moeilijk voor hem zijn om met de
verlamde kant de temperatuur van water of verwarming juist
te schatten.Wanneer het vermogen om tast- of gevoelsindrukken waar te
nemen verstoord is, voelt de patiënt strelen of aanraken van
een ander niet goed; soms is de aanraking zelfs onaangenaam.
Door een verminderd gevoel in arm of been is de CVA-patiënt
zich vaak niet bewust van de stand of ligging van deze
ledematen. Hij moet bijvoorbeeld kijken of zijn arm nog op
tafel ligt en of hij zijn voet recht neerzet.

Verminderd gezichtsvermogen

Wanneer de linker- of rechterhelft van het gezichtsveld

uitgevallen is spreken we van hemianopsie. Hemianopsie
van de ogen doet zich meestal voor aan de verlamde zijde.
De uitval is het gevolg van de hersenbeschadiging; met de
ogen zelf is niets aan de hand. In vele gevallen verdwijnt deze
stoornis in de loop van enkele maanden.
In geval van een blijvende hemianopsie zal de patiënt zich
moeten aanwennen het hoofd en/of de ogen te draaien.
Het kan voorkomen dat de CVA-patiënt in de eerste maanden
minder scherp ziet. Dit is niet direct reden tot ongerustheid.
Doorgaans trekt dit geleidelijk bij. Een beroerte in het onderste deel van de hersenen (de hersenstam) kan dubbelzien
veroorzaken. Dit is het gevolg van verlamming van één of
meer oogspieren. Ook dit trekt vaak geleidelijk bij. Als deze
dubbelbeelden hinderlijk zijn voor de patiënt, kan het
wenselijk zijn het verlamde oog tijdelijk af te plakken. In een
beperkt aantal gevallen is het dubbelzien van blijvende aard.
Incontinentie en obstipatie
Het kan voorkomen dat een patiënt, vlak na een beroerte,
zijn plas of ontlasting niet goed kan ophouden (incontinentie)
of juist niet goed kan (uit)plassen. Deze verschijnselen
verdwijnen meestal vanzelf binnen enkele weken.
Doordat een CVA-patiënt minder beweging krijgt, neemt
de kans op verstopping (obstipatie) toe. Met een aangepast
dieet en voldoende drinken is dit meestal goed te verhelpen.
Er bestaan ook medicijnen tegen dit ongemak. Pijn in de schouder
Het merendeel van de CVA-patiënten krijgt in de loop van
de eerste maanden pijn in de verlamde schouder. Deze pijn
kan allerlei oorzaken hebben zoals het maken van verkeerde
bewegingen, slechts beperkt kunnen bewegen (als gevolg van
slappe parese, spasticiteit en verminderd gevoel), verminderd

ziekte-inzicht en hemianopsie.

Het is van belang de verlamde schouder voorzichtig te
bewegen, ook bij het wassen en aankleden. De kans bestaat
dat uw schouder anders uit de kom schiet. Met name bij het
aandoen van de jas is voorzichtigheid op zijn plaats.
De verlamde arm moet altijd als eerste in de mouw gestoken
worden.

Verwaarlozing (neglect)

Het kan voorkomen dat een CVA-patiënt minder attent is
op één kant van het lichaam of deze zelfs verwaarloost.
We gebruiken hiervoor ook wel de Engelse term ‘neglect’.
Bij patiënten met een beschadiging aan de linkerkant van
de hersenen, kan dit neglect optreden aan de rechterkant
van het lichaam. Bij patiënten met een beschadiging aan de
rechterkant van de hersenen kan het neglect juist aan de
linkerkant optreden.
Neglect uit zich doordat de patiënt de signalen die aan de
verwaarloosde kant binnenkomen niet goed herkent of er
niet op reageert. Dit geldt zowel voor geluiden, voor letters
of zinnen tijdens het lezen, als voor voorwerpen. Soms lezen
ze bijvoorbeeld alleen het rechter – of linkerdeel van een
woord of een zin. Een patiënt met een beschadiging in de
rechter hersenhelft leest het woord ‘tafel’ bijvoorbeeld als
‘fel’. Hij tekent alleen de rechterkant van een kruis of een
poppetje. Hij negeert u, wanneer u vanaf de verlamde kant
tegen hem praat. Als u daarna omloopt naar de andere kant
of recht voor hem gaat staan, ervaart hij het alsof u net
gekomen bent. Tijdens het eten, eet de patiënt bijvoorbeeld
alleen de ene helft van zijn/haar bord leeg.De CVA-patiënt kan ook minder aandacht voor de verlamde
arm of het verlamde been hebben; hij merkt bijvoorbeeld niet
dat zijn arm van de armleuning valt. Ook de ruimte aan zijn
linkerkant kan de patiënt ontgaan, zodat hij met oversteken
naar links vergeet te kijken of met de rolstoel links tegen
de deurpost rijdt. Ook zal hij alleen praten met bezoek dat
aan zijn rechterkant zit. Vaak trekt dit verwaarlozen van
de aangedane zijde (neglect) weer weg, maar in een aantal
gevallen verdwijnt het nooit helemaal.

Tips voor naasten

De ogen en oren zelf zijn niet beschadigd, maar de linkerkant
bestaat in zijn/haar beleving niet. Harder praten heeft dan
ook geen zin. Wat wel kan helpen is de patiënt steeds op
allerlei dingen te wijzen die aan de kant staan die hij
verwaarloost. Door zijn/haar hoofd te draaien ziet en hoort
hij/zij de dingen aan die kant wel.
Familie of bezoek kan ertoe bijdragen, de behandelmethode
consequent in praktijk te brengen:
˜ Houdt er rekening mee, dat als u op bezoek komt, dat
de patiënt geneigd is alleen naar degene te luisteren die
aan de voor hem goede (niet aangedane) zijde zit.
˜ Vraag gerust advies aan de verpleegkundige of andere
zorgverleners.
˜ Spreek op een natuurlijke manier met de patiënt.
Hij herkent verschillen om de stem – een kwade en
gefrustreerde toon – maar ook bevestiging.
Bevestiging geven is belangrijk.
˜ Laat een patiënt zien wat u van hem verlangt als hij het
niet begrijpt. Vermoeidheid
CVA-patiënten zijn vooral de eerste maanden snel vermoeid.
De vermoeidheid kan geestelijk of lichamelijk zijn. Zij doen er
goed aan een uurtje te rusten tussen de middag en ’s avonds
bijtijds naar bed te gaan. Het is belangrijk om een evenwicht
te vinden tussen activiteit en rust. Er zijn CVA-patiënten
die liever in bed blijven om de confrontatie met de eigen
beperkingen uit de weg te gaan. Voor de partner en andere
betrokkenen is het lastig om onderscheid te maken tussen de
vluchtreactie van de patiënt en echte vermoeidheid. Ook kan
er sprake zijn van een (reactieve) depressie waarvoor iemand
behandeld kan worden door een neuroloog. Een (reactieve)
depressie is een reactie op hetgeen de patiënt overkomen is.
Vertraagd reactievermogen
Het reactievermogen van een CVA-patiënt is vaak vertraagd.
Zodoende moet hij zich erg inspannen om informatie op te
nemen, vast te houden en te verwerken. Als mensen snel
praten, kan hij het niet volgen. Ook is het moeilijk voor hem
de ondertiteling op de TV bij te houden. Vooral in drukke
situaties vergeet hij door vermoeidheid nogal eens gauw
wat er gezegd of besproken is. Door een vertraagd reactievermogen kan het voor de patiënt ook moeilijk zijn het
evenwicht te bewaren wanneer hij struikelt.
Concentratiestoornis
Er zijn CVA-patiënt die zich niet goed of niet lang achtereen
kunnen concentreren tijdens een gesprek of andere bezigheden zoals lezen.
Gebrek aan initiatief en interesse
Het kan zijn dat een CVA-patiënt minder snel initiatief neemt
dan voorheen. Dit geldt ook voor bezigheden die hij vroeger
graag deed. De interesse voor wat om hem heen gebeurt,
voor hobby’s en zelfs voor de partner kan afgenomen zijn.Veranderde gemoedsgesteldheid
Er zijn getroffenen die angstig en onzeker worden doordat
ze de grip op hun situatie kwijt zijn.
Bepaalde CVA-patiënten huilen of lachen sneller dan voor de
beroerte. Als er geen duidelijke aanleiding is om te huilen
of te lachen en het lukt de patiënt niet goed om hiermee
te stoppen, spreken we van dwanghuilen of dwanglachen.
Dit is voor alle betrokkenen heel lastig. Het beste is de
patiënt af te leiden door van onderwerp te veranderen.
Sommige patiënten hebben de neiging om zich terug te
trekken en somber te zijn, andere echter zijn juist druk en
overheersend. Deze veranderingen in het gedrag van de
patiënt kunnen een direct gevolg zijn van de hersenbeschadiging.
Wisselende prestaties
De prestaties van een CVA-patiënt kunnen van dag tot dag
sterk verschillen. Het is daarom wel eens moeilijk om in te
schatten wat we van hem mogen of kunnen verwachten.
Deze verschillen zijn verwarrend voor alle betrokkenen en
kunnen gemakkelijk leiden tot spanningen.
Epileptische aanvallen
Na een beroerte kan een patiënt last krijgen van epileptische
aanvallen. De kans op deze aanvallen is het grootst in de
eerste maanden na de beroerte; daarna wordt die kans steeds
kleiner. In de helft van de gevallen is er slechts sprake van
één enkele aanval. Over het algemeen is behandeling met
medicijnen dan niet nodig. Maar wanneer de aanvallen zich
herhaaldelijk voordoen, is behandeling met medicijnen wel
noodzakelijk. Het is vrijwel altijd mogelijk om de epilepsie
met medicijnen goed onder controle te krijgen. Epileptische aanvallen kunnen totaal of gedeeltelijk zijn.
Bij een totale aanval gaan er gedurende enkele minuten
schokken of schokjes door het gehele lichaam, en is de
patiënt korte tijd buiten bewustzijn.
Tijdens de aanval moet erop gelet worden dat de patiënt
zich niet kan bezeren aan voorwerpen in zijn omgeving.
Doorgaans zijn de trekkingen na enkele minuten voorbij. De
patiënt is daarna suf, slaperig en reageert niet of nauwelijks
als u wat zegt. Geleidelijk gaat dit weer over. Bij een gedeeltelijke epileptische aanval zien we alleen trekkingen in een
gedeelte van het lichaam, bijvoorbeeld in de verlamde arm.
De patiënt raakt meestal
niet buiten bewustzijn. Bij epileptische aanvallen is geen
sprake van een nieuwe beroerte, maar van een tijdelijke
ontregeling van de normale elektrische activiteit van de
hersenen.
Krijgt de patiënt thuis, na de revalidatieperiode, een
epileptische aanval. Meldt u dit dan bij de huisarts.
Specifieke gevolgen van een beroerte in de rechter
hersenhelft
In de rechter hersenhelft zetelen de centra die onze ruimtelijke waarneming, emoties, sociaal gedrag en muzikaal gevoel
regelen. Wanneer iemand een beroerte heeft gehad in de
rechter hersenhelft kunnen storingen optreden in een of
meer van deze functies. Vaak is ook het inzicht in de eigen
emoties en de gevolgen van het eigen gedrag verstoord.
De partner van de CVA-patiënt lijdt meestal meer onder dit
veranderde gedrag dan de patiënt zelf. Het is moeilijk voor
de partner om deze niet-zichtbare beperkingen uit te leggen
aan familieleden en vrienden. Eventuele verlammingsverschijnselen doen zich voor aan de linkerzijde van het lichaam.Gebrekkige ruimtelijke oriëntatie
Een CVA-patiënt met een beroerte in de rechter hersenhelft
kan ook moeite hebben met de ruimtelijke oriëntatie.
Hij kan zich bijvoorbeeld niet meer voorstellen hoe hij ergens
moet komen. Hij zal zich ook minder gauw thuis voelen in
een onbekende omgeving. Een storing in de ruimtelijke
oriëntatie heeft ook gevolgen voor het schatten van afstanden
of het inschatten van de snelheid van een auto. Iemand de
weg wijzen wordt een probleem. Ook het aantrekken van een
jas kan problemen geven en moeizaam verlopen. Het helpt de
getroffene om voor alles ruimschoots de tijd te nemen en veel
te oefenen.
Gebrekkig besef van tijd(sduur)
Ons gevoel voor ruimtelijke oriëntatie heeft ook betrekking
op ons gevoel voor tijdsruimte ofwel tijdsduur. Zodoende
kan een CVA-patiënt ook problemen hebben met tijd. Het
kan moeilijk voor hem zijn te schatten hoe lang iets duurt of
geduurd heeft.
Gebrek aan inzicht
Wanneer een patiënt weinig inzicht heeft in zijn eigen
beperkingen kan dat leiden tot overmoedig en riskant
gedrag, en ongevoeligheid voor aanwijzingen of advies van
anderen. Veelal zal de patiënt proberen zijn gedrag goed te
praten. Als dit het geval is kunnen we hem beter beoordelen
op zijn daden dan op zijn woorden.
Vlakke emoties
Door de beroerte kan het emotionele gedrag van de
CVA-patiënt zijn veranderd. De emoties kunnen vlakker zijn
geworden: hij komt onverschillig over. De patiënt kan ook
minder gevoelig zijn voor vreugde, verdriet of boosheid van
de partner.Impulsief en chaotisch gedrag
Er kunnen veranderingen optreden in het gedrag van de
patiënt; het kan impulsief en gejaagd zijn. De rem lijkt eraf:
eerst doen en dan denken. De patiënt is onrustig en zijn
gedrag chaotisch. Hij is niet in staat structuur en orde aan te
brengen in zijn doen en laten.
Verminderd gevoel voor sociale situaties
De patiënt vertelt anekdotes die niet gepast zijn in de
gegeven situatie. Ook het gevoel voor humor kan door een
beroerte veranderd zijn. Hij begrijpt soms grapjes niet meer
of vat het verkeerd op. In sommige gevallen is het gedrag
van CVA-patiënt ontremd. Zij worden te snel kwaad; eten
of drinken te gulzig; zijn grover in de mond. Het ontremde
gedrag kan in extreme gevallen ook leiden tot slaan of
ongebruikelijke seksuele handelingen.
Geen opzettelijk veranderd gedrag
Het is belangrijk dat de naasten van de patiënt begrijpen
dat hij of zij zich niet met opzet chaotisch, onverschillig of
gevaarlijk gedraagt. Geduld en een consequente benadering
zijn nodig om de CVA-patiënt meer toegankelijk te maken
voor zijn omgeving.
Specifieke gevolgen van een beroerte in de linker
hersenhelft
In de linker hersenhelft zetelen bij de meeste mensen (alle
rechtshandigen, de meeste linkshandigen) de centra die de
taal regelen. Daarnaast worden functies, zoals herkennen van
voorwerpen, de volgorde van handelen en rekenen, vanuit
deze hersenhelft geregeld. Wanneer iemand een beroerte
heeft gehad in de linker hersenhelft kunnen storingen optreden
in een of meer van deze centra. Eventuele verlammingsverschijnselen doen zich voor aan de rechterzijde van het
lichaam.Taal en communicatie
Taal is ons belangrijkste communicatiemiddel. We communiceren met elkaar vooral door middel van gesproken taal,
maar ook geschreven taal moeten we begrijpen om een krant
of ondertitels te kunnen lezen. Voor informatie op de borden
bij een bushalte of bij het boodschappen doen gebruiken
we taal. Hoe meer deze vaardigheden beperkt zijn des te
moeilijker wordt de communicatie met anderen.
Afasie (onvermogen tot taalgebruik)
Als de taalgebieden in de hersenen of de verbindingen tussen
die gebieden beschadigd zijn door de beroerte ontstaat
afasie. Afasie is het onvermogen tot taalgebruik tengevolge
van een (eenzijdig) hersenletsel. Spreken, lezen en schrijven
kunnen gestoord zijn zonder dat er een verlamming is. Het
taalcentrum en het schrijfcentrum in de hersenen kunnen
zodanig beschadigd zijn dat de getroffene het vermogen
verliest om de juiste woorden te vinden (motorische afasie)
of deze op te schrijven (dysgrafie). Bij beschadiging van het
sensorisch spraakcentrum wordt gesproken taal door de
hersenen niet correct vertaald in de hersenen. De getroffene
kan dan niet goed begrijpen wat er gezegd wordt (woorddoofheid of sensorische afasie). Ook het vermogen om te
onthouden wat een ander heeft gezegd, is vaak beperkt.
Met het denkvermogen van deze patiënten is echter niets
aan de hand. Ook al heeft een CVA-patiënt moeite met het
vinden van slechts enkele woorden, hij kan zich toch ernstig
beperkt voelen. Herstel van afasie duurt dikwijls lang en is in
veel gevallen niet volledig.
Uitgebreide informatie over afasie kunt u opvragen bij
de Afasie Vereniging Nederland (www.afasie.nl of
telefoonnummer 026 – 351 25 12).Tips voor naasten om te kunnen praten met een
afasiepatiënt
Het belangrijkste is dat u de patiënt de tijd geeft om op
woorden te komen, geduld toont en niet voor de patiënt
gaat spreken.
Verder is belangrijk dat u korte zinnen maakt, rustig spreekt
en niet te veel informatie tegelijk geeft. Wacht de reactie
rustig af. Geef de patiënt dus de tijd.
Ook is het belangrijk dat u gebruik maakt van alle mogelijke
hulpmiddelen, zoals gebaren en tekeningen.
˜ Spreek rustig. Het kost wat meer tijd om te begrijpen
wat u zegt.
˜ Gebruik korte en eenvoudige zinnen. Wordt niet
begrepen wat u zegt, probeer het dan op een andere
manier -met andere woorden – te zeggen.
˜ Zeg hardop of u de patiënt wel of niet begrijpt.
Ook de bevestiging als u hem of haar wel begrijpt is
heel belangrijk.
˜ Zeg hardop wat u denkt dat de patiënt bedoelt met
gebaren en gezichtsuitdrukkingen. Vaak maakt een
moeilijk sprekende patiënt via zijn gezichtsuitdrukking
duidelijk of u begrepen heeft wat hij/zij tegen u
probeert te zeggen.
˜ Spreek niet voor de patiënt tenzij dit strikt noodzakelijk
is.
˜ Val niet in de rede als hij iets probeert te zeggen.
˜ Gun hem de tijd om op het volgende woord te komen.
Maak geen zinnen af voor de patiënt zonder eerst de
tijd te geven het zelf te proberen.
˜ Ga niet harder praten. Hij kan niet altijd meteen
begrijpen wat u zegt. Maar met zijn/haar gehoor is
niets aan de hand.
˜ Begeleid uw woorden met voorwerpen, gebaren,
tekeningen of geschreven tekst. De logopedist heeft
hiervoor hulpmiddelen.˜ Spreek met een afasiepatiënt over onderwerpen
waarmee hij vertrouwd is en die persoonlijk belangrijk
voor hem zijn.
˜ Als de patiënt moeite heeft met spreken, stel dan
uw vragen zodanig dat met ja of nee kan worden
geantwoord en hij geen keuze hoeft te maken uit
meerdere dingen.
˜ Geef pen en papier als een patiënt wel kan opschrijven
wat hij niet kan zeggen.
˜ Indien mogelijk, moedig dan gebaren van de patiënt
aan. Soms komt de patiënt via gebaren op woorden.
˜ Ook kunt u de patiënt het voorwerp dat hij bedoelt,
laten aanwijzen.
˜ Schrijf uw vragen aan de logopedist op en bespreek
deze met haar. Ook zijn er hulpmiddelen beschikbaar
voor patiënten. De stichting Afasie Nederland en
Afasievereniging Nederland (zie adressendeel) hebben
alle mogelijke materialen voor u klaarliggen.
Problemen met herkennen
Het herkennen van personen en alledaagse voorwerpen kan
problemen geven. Dat wil zeggen dat het voor de patiënt
vaak moeilijk is om het uiterlijk, en vooral het gezicht van
iemand anders te herkennen. Meestal betreft het klachten
van het zien, maar het kan ook voorkomen bij dingen die hij
voelt, hoort of ruikt.
Problemen met volgorde van handelen (apraxie)
De CVA-patiënt weet soms niet goed meer in welke volgorde
hij iets moet doen (apraxie). Alledaagse handelingen zoals
eten, drinken, aan- en uitkleden verlopen dan niet goed.
Het kan voor de patiënt moeilijk zijn om een taak of bezigheid goed voor te bereiden en in de juiste volgorde af te
handelen. Hij is eenvoudigweg niet in staat om het geheel te
overzien. Als iemand bijvoorbeeld koffie gaat zetten kan het
zijn dat hij niet weet of je eerst de filter in het apparaat zet
en dan de koffie erin doet of andersom. De patiënt kan lijden aan apraxie van de mond en de tong.
Dan weet hij bijvoorbeeld niet meer hoe hij zijn lippen moet
houden om te fluiten. Net als bij de volgorde van handelen
kan de patiënt moeite hebben met het onthouden van de
volgorde van gebeurtenissen. Het verrichten van handelingen verloopt mogelijk trager. Dit kan het gevolg zijn van de
beschadiging in de linker hersenhelft en hoeft geen verband
te houden met een verlamming van arm of been. Apraxie kan
ook bij een beroerte in de rechter hersenhelft optreden.
Verwarren van links en rechts
Vaak zal de patiënt de begrippen links en rechts verwarren.
Dit kan vervelende gevolgen hebben wanneer hij iemand op
straat de weg vraagt.
Rekenproblemen
Het rekenen kan problemen geven. Zelfs het maken van een
eenvoudige optelsom gaat mis. Deze handicap maakt onder
andere het omgaan met geld bijzonder lastig.
Langzaam, onzeker gedrag
CVA-patiënt met een rechtszijdige aandoening zijn vaak
onzeker en angstig om iets te ondernemen. Zij zijn zich goed
bewust van wat er aan de hand is. We zien vaak dat deze
patiënt zich terugtrekken en weinig initiatief nemen.
Periodes van gebrek aan zelfvertrouwen, somberheid en
machteloze woede wisselen elkaar af; vooral wanneer er
sprake is van ernstige communicatieproblemen door afasie.
Denkvermogen niet beschadigd
Wij moeten de patiënt met afasie niet onderschatten: het
denkvermogen is niet beschadigd; alleen de mogelijkheid
tot communiceren is verstoord! Een schouderklopje of een
vriendelijk woord doet wonderen. Daarbij is het belangrijk
om samen met de patiënt te zoeken naar bezigheden, waarin
hij zich kan uiten.Ten slotte
In deel 1 hebben we u laten zien dat een CVA-patiënt zich
niet met opzet vreemd of chaotisch gedraagt. Beschadiging
van de hersenen is de voornaamste oorzaak van veranderingen
in de manier van doen en laten, denken en emotioneel gedrag.
Vaak zit er achter de hinderlijke gedragingen iemand die zich
hulpeloos voelt en in de war is; die weinig houvast heeft en
contact met zijn gevoelens moeilijk kan vinden.
Hoe beter het inzicht van alle betrokkenen, hoe effectiever er
is om te gaan met de beperkingen.
De kans op herstel is groter als we zo vroeg mogelijk
starten met behandelen. Daarom krijgt u meteen allerlei
behandelaars aan uw bed.DEEL 2 – TIPS EN ADVIEZEN VOOR NAASTEN
Een beroerte/CVA komt meestal onverwacht. In veel gevallen
treden er als gevolg van de beroerte/CVA problemen op
met spreken, begrijpen en/of gedrag. Dat betekent grote en
meestal blijvende veranderingen in het leven van u en uw
naaste(n).
Als de algehele conditie verbetert, treden op verschillende
vlakken verbeteringen op. Als de patiënt een intensief
herstel/ revalidatie programma kan volgen, is de kans op
verbeteringen groter.
Ook op de langere termijn blijven verbeteringen mogelijk.
Algemene adviezen
˜ Zorg voor voldoende rust en ontspanning voor uzelf.
˜ Bespreek gerust uw problemen met deskundigen.
Te denken valt bijvoorbeeld aan een (huis)arts,
verpleegkundige of maatschappelijk werker.
Hieronder vindt u een aantal adviezen. Niet alle adviezen
zijn op u van toepassing, de situatie is namelijk voor iedere
patiënt anders.
Bezoek
˜ De patiënt is snel vermoeid en heeft, afhankelijk van
de gevolgen van de beroerte/CVA, veel te verwerken.
Daarom ervaart hij of zij bezoek al snel te druk.
De patiënt ‘klapt’ dan vaak ‘dicht’ en valt helemaal stil.
Beperk daarom het aantal bezoekers tot 1 of 2, en de
duur van het bezoek.
˜ Het is zeer vermoeiend voor de patiënt met meerdere
personen tegelijkertijd te praten. Het is eenvoudiger
voor de patiënt om naar één persoon te luisteren.Communicatie met de patiënt
˜ Leg een patiënt uit wat er met hem gebeurt, ook al
denkt u dat hij het niet kan begrijpen.
˜ Vertel de patiënt over de thuissituatie. Laat hem of haar
meedenken en beslissingen nemen (als dat kan).
De partner/verzorger
Een beroerte verandert het leven van de CVA-patiënt
ingrijpend. Maar ook het leven van de mensen in de directe
omgeving van de patiënt verandert drastisch. De partners/
verzorgers krijgen extra taken en verantwoordelijkheden:
in het huishouden en bij verzorging of verpleging van de
CVA-patiënt. Partners nemen de verzorging op zich zonder
precies te weten hoe groot die taak is. Zij moeten tal van
zaken regelen die de patiënt vroeger zelf afhandelde. Vaak
zullen zij voor kortere of langere tijd naar eigen inzicht
moeten handelen en beslissingen nemen. Buitenstaanders
staan daar over het algemeen niet bij stil. Het gevolg is dat de
partner zich vaak onbegrepen en alleen gelaten voelt.
Verwerking
Kort na de beroerte overheerst onzekerheid over de gevolgen
en angst voor herhaling. Ook andere emoties kunnen gaandeweg naar boven komen: blijdschap omdat de partner er nog
is, maar ook gevoelens van onmacht, woede, verdriet, schuld,
schaamte en eenzaamheid. Al deze gevoelens zijn heel gewoon
en begrijpelijk. Uw leven is plotseling veranderd en de
toekomst ziet er opeens heel anders uit. De veranderingen
moeten verwerkt worden. Zo’n verwerkingsproces verloopt in
fasen. In elke fase overheersen andere gevoelens en emoties.
Direct na de beroerte is er een periode van ontkenning.
We geloven niet dat wat gebeurd is waar kan zijn: Over twee
weken is hij wel weer de oude. Na korte tijd moeten we wel
accepteren dat het niet anders is. Dan nemen boosheid en
verbittering de overhand: Waarom ik? Uiteindelijk zullen we
berusten in de situatie: We proberen er ondanks alles het
beste van te maken. Pas na verloop van tijd zal het mogelijk zijn de balans op te
maken van wat wel en niet meer mogelijk is. De partner en
andere gezinsleden weten over het algemeen vrij snel hoe de
patiënt er lichamelijk en geestelijk voorstaat, maar het zal alle
betrokkenen veel tijd kosten om aan de nieuwe situatie te
wennen en zich ermee te verzoenen.
Als het u teveel wordt, kan het prettig zijn uw hart te luchten
bij een goede vriend of vriendin. Daarnaast zijn er de huisarts,
de psycholoog, de thuiszorg of het maatschappelijk werk
die u kunnen helpen. En praat met lotgenoten. U vindt er
herkenning en erkenning van uw situatie.
De Nederlandse CVA-vereniging ‘Samen Verder’ en de Afasie
Vereniging Nederland ondersteunen en geven informatie .
Ervaringen van anderen
Hebt u behoefte om te lezen hoe andere mensen dit ervaren
hebben? Of om eens te praten met iemand die in dezelfde
situatie zit als u?
Belt of mailt u dan met ‘Samen Verder’:
Telefoon 030 – 659 4650
E-mail: info.samenverder@shhv
www.cva-samenverder.nl
Of neemt u contact op met de Stichting Bureau NAH Zorg
(Niet Aangeboren Hersenletsel); Telefoon: 058 – 256 38 39
www.nah-zorg.nl.
U kunt ook begeleiding krijgen als partner of als gezin hoe
om te gaan met de gevolgen van de beroerte/CVA. Neemt
u daartoe contact op met bijvoorbeeld MEE (www.mee.nl
of bel het landelijke nummer 0900 – 999 8888 (lokaal tarief).
Zij kunnen u adviseren en kunnen ook hulp voor u regelen.DEEL 3 – MEER INFORMATIE
De informatie over brochures, boeken en video’s dat u in dit
deel aantreft, is slechts een selectie uit het totale aanbod.
Een deel van het informatiemateriaal is ook verkrijgbaar via
het ziekenhuis.
De rest kunt u tegen een kleine vergoeding bestellen via de
verschillende/betreffende organisaties.
Voorlichtingsbrochures
Een beroerte en dan?
Brochure is bestemd voor partners, familieleden en vrienden
van mensen die door een beroerte/CVA zijn getroffen.
Publicatie van Nederlandse Hartstichting
Na een beroerte hoe verder?
De brochure geeft een indruk van de activiteiten van de
vereniging Samen Verder.
Publicatie van Nederlandse CVA-vereniging Samen Verder.
Ongevraagd een ander leven
Deze brochure omschrijft de situatie na een beroerte/CVA.
Publicatie van Nederlandse CVA-vereniging Samen Verder.
Brochure ‘CVA en Ergotherapie’
Deze brochure beschrijft wat de ergotherapie kan betekenen
bij een CVA
Publicatie Nederlandse Vereniging voor Ergotherapie
Neglect en hemianopsie; Omgaan met de gevolgen
Deze brochure beschrijft hoe je om moet gaan met een
neglect en/of hemi-anopsie
Publicatie hersen stichting NederlandPraktisch omgaan met Apraxie (informatie voor
mantelzorgers)
Deze brochure beschrijft wat een apraxie is en hoe je daar
mee om kan gaan
Publicatie Nederlandse vereniging voor Ergotherapie
Richtlijnen voor de communicatie met mensen met afasie
Problemen die iemand met afasie kan ervaren bij het begrijpen
en uiten van gesproken taal en gebaren. In het boekje is een
overzicht opgenomen voor richtlijnen voor de communicatie
met mensen met afasie.
Publicatie van Stichting Afasie Nederland.
De onzichtbare gevolgen
Deze brochure beschrijft de niet-zichtbare veranderingen in
denken, doen en voelen als gevolg van een CVA of beroerte.
Publicatie van Nederlandse CVA-vereniging Samen Verder
Leven met vermoeidheid
Deze brochure beschrijft de ‘onzichtbare’ veranderingen zoals
vermoeidheid die het gevolg zijn van een CVA of beroerte.
Publicatie van Nederlandse CVA-vereniging Samen Verder
Autorijden na een beroerte
Brochure van Meander medisch Centrum, ook te downloaden
via de website www.meandermedischcentrum.nl (patiënten/
bezoekers > brochures).
23832_neuro_naeenberoerte_mei10Meander Medisch Centrum is lid van de Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ).
Dit betekent dat wij voor veel medische specialismen opleidingen in huis hebben. Wij bieden hooggespecialiseerde zorg,
gebaseerd op de nieuwste medische inzichten. Wij investeren doorlopend in onderzoek en opleiding van onze medewerkers
en in de nieuwste apparatuur. Met als doel patiënten op klantvriendelijke, deskundige en betrouwbare wijze zorg te bieden.
Postadres:
Meander Medisch Centrum
Postbus 1502
3800 BM Amersfoort
Telefoonnummer:
Algemeen nummer: 033 – 850 50 50
Afsprakennummer: 033 – 850 60 70
Bezoekadressen:
• LocatieAmersfoort Lichtenberg
Utrechtseweg 160, 3818 ES Amersfoort
• LocatieAmersfoort Elisabeth
Ringweg Randenbroek 110, 3816 CP Amersfoort
• LocatieBaarn
Molenweg 2, 3743 CM Baarn
• LocatieNijkerk
Oranjelaan 83-85,3862CX Nijkerk
• Locatie Soest
Dalplein 61,3762BN Soest

Please follow and like us:

You may also like...